Voorgeschiedenis

De geschreven geschiedenis van de Griekse gemeenschap in Nederland gaat terug tot ongeveer 1760.

Deze gebeurtenissen werden vastgelegd in het beroemde “Chronicles of Amsterdam”, geschreven door Johannes Brink, die werd geboren als Ioannis Pringos in het kleine Griekse dorp van Zagora in Pelion. Pringos vestigde zich in Amsterdam, dat volgens de Kroniek het grootste handelscentrum in de wereld was.

Uit zijn dagboek, geschreven in eenvoudige, maar zeer schilderachtige taal, leren we veel details over het leven van de Grieken in Nederland in de 18e eeuw.

De gemeenschappelijke droom en doel van deze kleine groep van handelaren die leefde en werkte in Amsterdam – in het welvarende hart van Nederland – was een plaats van aanbidding te hebben voor hun religieuze behoeften en tevens zou kunnen dienen als centrum voor de bevordering van contacten tussen hen onderling en het behoud van hun Griekse identiteit, cultuur en tradities. Boven alles wilden zij hun geloof beschermen in het verre Lutherse land, waar zij zich gevestigd hadden.

Zij benaderden de gemeente rond 1763 om een vergunning te verkrijgen om de orthodoxe liturgie te vieren. Hen werd gevraagd “Maar wie zijn jullie?” waarop het antwoord luidde ‘Grieken en christenen.” Er werd toestemming verleend voor de kerkdiensten en volgens de Kronieken, stelden twee Griekse zakenlieden, Pigazis en Avgerinos, de zolder van hun bedrijfspand ter beschikking om als kerkruimte te gebruiken.

De eerste kerkdienst werd gehouden op 22 juli 1764, door priester Zagorianos Anthimos. Al snel, werd de kleine zolder gevuld door voornamelijk Grieks- en Russisch-orthodoxe zeelieden. Onder de kerkgangers bevonden zich ook intellectuelen, Nederlandse hellenisten en geestelijken die kwamen voor de mysterieuze en beschouwende sfeer van de kerkdienst en voor de mogelijkheid om de dienst bij te wonen in de oorspronkelijke Griekse taal en niet in het “Erasmiaans Grieks” dat in de grote Nederlandse universiteiten werd onderwezen.

De behoefte aan een Griekse kerk kon niet worden uitgesteld en deze grote droom en ambitie werd gerealiseerd door een reeks toevallige gebeurtenissen.

In 1748 overleed in Batavia, de afgelegen Nederlandse kolonie in Indië, de zeer rijke Griekse handelaar genaamd Dimitri Papathanasis. Echter, voordat hij stierf, ging hij naar de Nederlandse gouverneur en vertrouwde hem zijn fortuin van 15.417 gouden florijnen toe, die hij had vergaard, samen met zijn overleden partner Constantina Mavroudoglou. Het fortuin moest overgemaakt worden naar hun erfgenamen, die woonachtig waren in Philippoupolis in Bulgarije.

De wens werd naar behoren uitgevoerd door de plichtsgetrouwe gouverneur, die het geld stuurde naar Nederland alwaar het door de “Weeskamer ‘ werd beheerd, een instantie die zorg droeg voor de erfenissen van weduwen en wezen. Op een dag in 1762 kwamen twee van de erfgenamen in Amsterdam om het fortuin op te eisen.

Uit dank voor de hulp aan hen door de lokale Griekse gemeenschap en in het bijzonder door de Eerwaarde Vader Nektarios, om het vereiste bewijs van hun identiteit te verkrijgen, hebben de erfgenamen de aanzienlijke somma van 5 000 florijnen gegeven om het ​​drie verdiepingen tellende gebouw aan de Oudezijds Voorburgwal nummer 91 aan te schaffen. Dit gebouw werd tenslotte de kerk.

Derhalve werd op een zondag morgen in mei 1764 voor het eerst een dienst gehouden in de nieuwe Grieks-Russisch-Orthodoxe Kerk van St. Catharina. De naam is ontleend aan de patrones van de kerk, Catharina de Grote, keizerin van Rusland. Dit gebouw bestaat nog steeds in Amsterdam heden ten dage. Het kan interessant zijn om te weten dat in dezelfde straat in de jaren 1772-78, een andere Griekse handelaar, Adamantios Korais, heeft gewoond die later uitgegroeide tot een van de toonaangevende visionairs in de strijd voor de bevrijding van Griekenland tegen de onderdrukking door het Ottomaanse Rijk.

Ondanks het aanhoudende gebrek aan fondsen, gingen de kerkdiensten door met een frequentie die afhankelijk was van de beschikbaarheid van een priester.

Tijdens de jaren 1830 leefde de orthodoxe gemeenschap op, toen de Russische prinses Anna Paulowna naar Nederland kwam om met Prins Willem van Oranje te trouwen. Zij schonk een aantal orthodoxe kerken in de koninklijke paleizen en bezocht ze ook de kerk van St. Catherine, waaraan ze een grote schenking deed.

Schenkingen werden ook gegeven aan de kerk door de broer van Tsaar Nicolaas I.

Helaas werd na de dood van Anna Paulowna in1867 de kerk gedwongen de deuren te sluiten door gebrek aan middelen en het gebouw waar de kerk was gevestigd werd verkocht op een veiling. De geschenken van de Tsaar werden naar het Russische consulaat gebracht.

 

—————————-
‘Ioannis Pringos. De Griekse kolonie in Amsterdam, de school en de bibliotheek van Zagori” van V. Skouvaras in Thessalische Kronieken, Athene 1964.

 

Search
Archives